NVU :: Scholingsartikelen
  Startpagina  l  Persverklaringen  l  Lidmaatschap     Contact  l  Impressum  
   M E N U  U bent nu hier : Scholingsartikelen > De Germanen
  Geschiedenis NVU            
  Scholingsartikelen             
  Folders                              
  Donaties en Betalingen     
  Verkort Partijprogramma   
  Frisse Blik                         
  NVU Raad van Bestuur    
  NVU Midden-kader             
  GJN                                  
  Media                               
  Concerten                        
  Demonstraties                  
  Overleden Kameraden     
  Partijwinkel                       
  Toespraken                      
  Inhoudsopgave Wij Europa
  Striptekeningen                 
  Anti-Antifa-Werkgroep     
  Vaderlandse Geschiedenis

De Germanen
 Breker
In de 19e eeuw herleidde één van de grondleggers van de rassenleer, de evolutieleer, Joseph Arthur de Gobineau, het rassenvraagstuk tot een zaak van zuiver en onzuiver bloed waarin men zag dat de mensheid door bloedvermenging ten onder zou gaan. Met het groeiend volksbewustzijn en om de eigen hoogstaande eigenschappen te verklaren werd gezocht naar een eigen, hoogstaande oorsprong. Deze werd gevonden bij de oude Ariërs in het Himalaya-gebergte. De Ariër vormde de bakermat van het blanke ras, welke vanouds de pure, natuurlijke mens was. Hij belichaamde alle edele eigenschappen, als kracht, vitaliteit en heldendom, die terug te vinden waren bij de Germanen en het Duitse volk.

Volgens vele theologen waren de Germanen afkomstig van de Arische beschaving, een beschaving welke de catastrofe van de ondergaande Atlantis heeft overleefd en zich toen in de wereld verder heeft ontwikkeld. Als de Germaanse stam Tungren voor het eerst de Rijn oversteekt en de Galliërs verdrijft, welke ‘Germanen’ werden genoemd, ontstaat de naam van een stam die later de naam van het volk werd, zodat zij allen tezamen, aanvankelijk naar de overwinnaar, om vrees in te boezemen, later ook door zichzelf, met de voor hen uitgedachte benaming “Germanen’ werden genoemd. Bij de herkomst van de Germanen vermoedt men het bestaan van een ononderbroken etnische lijn in Noord-Europa die liep van de Bronstijd tot aan de Romeinse IJzertijd en zich ook voortzette in de geschiedenis.

Rond de 1e eeuw na Chr. bestaat Germanië uit de Marcomannen en hun bondgenoten, het aantal van de bevolking was toen nog gering. Als rond de 2e helft van de 4e eeuw v.Chr. de zeevaarder Pytheas naar het noorden van Europa vaart, treft hij daar twee volksstammen aan, de Gutonen en de Teutonen. Zo verschijnt aan het einde van de 3e eeuw vóór Chr. ten noorden van de Donau een Germaanse stam, genaamd Bastarnae. Aan het einde van de 2e eeuw zien we onder leiding van de Kimbren en Teutonen de reusachtige volksverhuizing welke over de Rijn België en het Rijngebied binnentrok.

Het door de vroegste Germaanse volkeren bewoonde gebied besloeg derhalve een zeer groot deel van Noord-Europa, Zuidelijk Scandinavië, het grootste gedeelte van West- en Oost-Duitsland, het noorden van Nederland, Denemarken, Zuid-Noorwegen en Zweden en het grootste gedeelte van Polen en van Tsjecho-Slowakije. De vroegste Germanen hielden zich echter niet aan vaste grenzen en in de loop van de Romeinse tijd verlengden zij hun horizon aanzienlijk in zuidoostelijke richting, met name tot in Zuid-Rusland. Zelfs de grenzen vormden geen IJzeren Gordijn.

C. Beaumont komt met de gevorderde theorie dat Groot-Brittannië een voorpost was van het koninkrijk van Atlantis, de eerste beschaving. Terwijl Atlantis bezweek in de vloed overleefde Groot-Brittannië deze, tezamen met de Arische beschaving welke zich stabiliseerde in Azië en zich daarna verspreidde over de hele wereld. De beschavingen in Egypte en China waren van oorsprong, samen met Griekenland en Rome op hun sterkste kracht, de prototypen van de Ariër. Vanuit het wetenschappelijke oogpunt is het duidelijk dat deze de afstammelingen waren van de Ariërs. De van traditiegetrouwe slimme, blauwogige met blond haar en in de puurste vorm, waren de grondleggers van sociale aard. De grondleggers van de cultuur. Het woord “Ariër” is afgeleid van “Arya”, dat in het Indiaans en het Perzisch betekent: “de verheven of de edele”. Het moderne woord ‘aristocratie’ stamt hier eveneens van af. Het ware leiderschap van de naties was altijd afgeleid van de regels van de rassenelite, wier levens, religieus, cultureel en politiek hun basis vonden in de eeuwige waarden van puur en zuiver bloed.

Rond het jaar 2000 voor Chr. waren de Noord-Europeanen gevestigd in de streken van Zuidoost-Europa en in Azië. Deze Ariërs spraken een gezamenlijke taal van de Rijn tot aan de Kaspische Zee. In die dagen was het in midden Europa waarschijnlijk warmer, vochtiger en beter bebost dan heden ten dage.

De Arische stammen waren nomaden. Ze verbouwden hun akkers en oogstten deze om daarna weer verder te trekken. Hadden ze in het beginsel brons, rond 1500 voor Chr. verwierven ze zich ijzer. Ze zijn prijzenswaardig geweest in hun smeltkunsten met dit edelmetaal, maar zelfs boven zilver en goud zagen zij hun ware rijkdom in het vee. Ze verbrandden hun doden liever dan dat ze deze begroeven. Hun leiders waren mannen van daden i.p.v. priesters. De kwaliteiten van een religieuze en politieke leider waren samengevoegd in één. De strijders hielden een waakzaam oog op hun leider, ook eigen dappere daden werden aan hem toegerekend, dit was de kern van hun eed van trouw: de leiders vochten voor de overwinning, de volgelingen voor hun leider. Hun stand was gebaseerd op een raciale en aristocratische voet, met heersende families, befaamd van adel in de maatschappelijke klasse.

De huwelijksmoraal was erg streng, uitzonderlijke gevallen van overspel werden zwaar bestraft, abortus vond er eveneens niet plaats. Dit monogame volk trouwde niet om hun lusten te bevredigen maar omwille van hun hoge geboorte. Ze meenden dat er in de vrouw een element van heiligheid en van zieneressegave stak, daarom schroomden zij niet haar adviezen in te winnen en geringschatten zij haar uitspraken niet. Tijdens de veldtochten verzorgden de vrouwen hun gewonden, en telkens kwamen zij de strijdenden spijzen aanbrengen en bemoedigende woorden toespreken. In hartelijke omgang en gastvrijheid laat geen ander volk zich uitbundiger gaan, aan welke sterveling, bekend of onbekend ook maar zijn dak te ontzeggen werd beschouwd als een goddeloze handelswijze.

De eerste Ariërs vrolijken hun periodieke feesten op met heldhaftige verhalen middels bardenliederen, welke voor een voortlevende letterkunde van generatie tot generatie zou zorgdragen. Het maatschappelijke systeem binnen dit volk was dat het stamhoofd de bezitter was van al de gronden en vee, in gemeenschappelijk belang. De Ariërs waren waarlijk de grondleggers van de beschaving. In de tweede eeuw voor Chr. verdubbelde het aantal van hun volk zich, ze ontwikkelden hun cultuur en domeinen zowel in het oosten als in het westen. Ze drongen tot Perzië en Indië door terwijl ze alreeds in Ierland, Frankrijk en Spanje gevestigd waren.

In deze tijden, waarin Julius Caesar met zijn Romeinse Rijk heerste vonden diverse veldtochten plaats tussen de Romeinen en diverse stammen van Germaanse afkomst om meer land te veroveren. Na diverse grote verliezen dankzij de sluwe tactiek van de Germanen, waarin van de Romeinse discipline en organisatie het uiterste werd gevergd besloten de Romeinen een einde te maken aan Rome’s verliezen en trokken de legers terug. Nadien ondernamen de Romeinen geen serieuze pogingen meer om de Germaanse gronden onder beheer te krijgen. Als later nieuwe groeperingen Germanen zich ontpoppen als machtige vijanden en de Romeinse grenzen tekenen van verzwakking beginnen te tonen, vindt de eerste aanzet tot de vorming van nieuwe groeperingen plaats, groeperingen die zich land verwierven binnen het Keizerrijk door erkenning te krijgen als bondgenoten, anderen door zich te vestigen als halfvrije boeren. Net als de meeste Germaanse groeperingen waarmee het Romeinse Rijk te maken heeft gehad, waren ook deze op zoek naar land om een bestaan op te bouwen. Na de eerste contacten van de Germaanse volkeren uit de gebieden van de Rijn en Donau met de zich voortdurend uitbreidende macht van Rome, sloten vele Germaanse krijgslieden zich vrijwillig aan bij het Romeinse leger. Niet zelden keerden zij na jarenlange dienst terug en verschillenden van hen bewezen veel geleerd te hebben van de Romeinse krijgsdiscipline en organisatie door een felle anti-Romeinse politiek voor te staan.

In de laatste decennia van de 4e eeuw werden deze Germaanse bondgenoten veelvuldig ingezet omdat de slagkracht van het Romeinse leger minder werd en het steeds moeilijker ging worden Germaanse volksstammen verhinderd de grenzen van het Romeinse Rijk over te steken om een nieuw bestaan op te bouwen op het land dat zij aantroffen. Zodra deze mensen zich echter definitief binnen het Keizerrijk hadden gevestigd, vonden de Romeinen het raadzaam de nieuwe bevolking te interesseren voor een positie binnen hun leger, want als de Germanen aan hun lot zouden worden overgelaten, zou groter onheil wel eens niet vermeden kunnen worden. De volkeren maakten kennis met wijn uit het gebied rond de Middellandse Zee en andere vervaardigde luxe artikelen uit het Keizerrijk die onmiddellijk in de smaak vielen en waarbij ze de kans op een sterke ontwikkeling van hun handelsactiviteiten aangrepen. Tussen de Germanen en de Romeinse bezetters is zodoende een verstandhouding ontstaan op basis van wederzijds respect.

De Germanen, een strijdlustig en religieus volk bovenal, waren de oerbewoners die door immigratie van vreemde volkeren en door gastverkeer volstrekt geen menging hebben ondergaan en daar ook met recht trots op waren.

Germania / Tacitus.
The Holy Book of Adolf Hitler / J.L. Blattersby.
De Germanen / M. Todd.
OmhoogTerug naar ScholingsartikelenEén stap terug