Startpagina  l  Persverklaringen  l  Lidmaatschap     Contact  l  Impressum  
   M E N U  U bent nu hier : Overleden Kameraden
  Geschiedenis NVU
  Scholingsartikelen
  Folders
  Donaties en Betalingen
  Verkort Partijprogramma
  Frisse Blik
  NVU Raad van Bestuur
  NVU Midden-kader
  NVU Kringleiders
  Verkiezingen
  GJN
  HNG
  Media
  Concerten
  Demonstraties
  Overleden Kameraden
  Partijwinkel
  Toespraken
  Inhoudsopgave Wij Europa
  Striptekeningen
  Anti-Antifa-Werkgroep
  Vaderlandse Geschiedenis

Overleden Kameraden
Mevrouw Florentine (Florrie) Rost van Tonningen-Heubel

Zaterdag 24 maart 2007 overleed omstreeks 12 uur op 92-jarige leeftijd mevrouw Florentine (Florrie) Rost van Tonningen-Heubel. Zij was moeder van drie zonen en oma van twaalf kleinkinderen. Zij en haar man werden geliefd en werden vereerd door velen met hetzelfde gedachtegoed. Zij bleef haar hele leven strijden voor de nagedachtenis van haar man.

Mevrouw Florentine Rost van Tonningen-Heubel leerde ik kennen in 1989 toen ik net lid was van de CP’86. Ik meen dat ik samen met Chris Beumer of met Michiel Bos het eerst in die tijd naar haar toeging. Het was een hartelijke vrouw waar altijd de deur openstond om een kopje thee te drinken met bijenhoning. In de beginjaren dat ik bij haar kwam werd er eigenlijk nauwelijks over politiek gesproken maar meestal over alledaagse dingen. Hoe mooi het weer was, dat haar tuinplantjes het goed deden, dat ze paddestoelen had geplukt en haar voorliefde voor honden en katten. Op de fiets ging ik altijd met veel plezier naar haar toe om gezellig te kletsen.

Bij mevrouw Rost van Tonningen-Heubel was het een komen en gaan van verschillende ‘persoonlijkheden’. Een van de redenen dat Janmaat, Vreeswijk en Wim Beaux daar de deur plat liepen, was om het feit dat mevrouw Florentine Rost van Tonningen-Heubel altijd nog wel wat handtekeningen kon regelen voor de 2e kamer verkiezingen. Mevrouw Rost van Tonningen-Heubel had altijd correcte omgangsnormen en hield van een goed glas wijn en van muziek van Richard Wagner. Wanneer je een goede fles wijn voor haar meenam of een lekkere taart dan vond zij dat prachtig. Kameraad Eite Homan vond ze in een oogopslag een “onbeschofte boer” omdat hij boterhammen op at met zijn handen zonder daarvoor het bestek te gebruiken toen hij bij haar was. Homan zijn pro-moslim politiek keurde zij ten strengste af, “Homan schreeuwde altijd zo” zei zij. Een kameraad uit Noord-Holland die daar in een korte broek binnen kwam bij een temperatuur van 30°C kreeg een enorme uitbrander vanwege het feit dat dit beschamend was en men er zo niet bijliep. Je kon merken dat mevrouw Rost van Tonningen-Heubel uit het adelijke milieu afkomstig was. Oud SS-er Petit zei altijd wanneer hij bij mevrouw Florentine (Florrie) Rost van Tonningen-Heubel was om haar te helpen, “zij denkt altijd dat ‘wij’ een soort butler(s) voor haar zijn”. Van tatoeages moest zij ook niets hebben. Ze snapte het niet dat “jongelui” zichzelf dit aandeden. In haar jeugdjaren heeft Mevrouw Rost van Tonningen-Heubel ook koningin Juliana goed gekend, daarmee tenniste zij wel eens in de tijd voor de oorlog.

Voor de oorlog was mevrouw Florentine (Florrie) Rost van Tonningen-Heubel lid geweest van de NSB en de Jeugdstorm en was met name na haar reis in Indonesie geschrokken van het aantal gekleurde NSB-ers en Jeugdstorm-ers, o.a. mede-oprichter van de RMS Ir. J. Manusama, wat tot 10 mei 1940 lid van de NSB. Tegen Mussert had zij gezegd dat dit niet in de lijn van het nationaal-socialisme was en als rassenschande bestreden diende te worden. Het aantal joden in de NSB (tegenstanders noemden de NSB - Nederlandse Zionisten Bond), stuitte haar ook tegen de borst. De grootste persoonlijke hekel had zij aan de half-jood Max Blokzijl. Haar grote voorbeeld was de Germaanse SS, van Heinrich Himmler en het Groot-Germaanse Rijk. Toen ik een van de laatste keren bij haar was samen met Michiel Bos, Chris Beumer en Michel Boerboom, sprak zij meteen Michel Boerboom aan dat hij vanwege zijn lengte en atletisch figuur een uitstekende kandidaat zou zijn geweest voor de Waffen SS.

De kinderen van mevrouw Rost van Tonningen-Heubel hebben haar altijd in de steek gelaten en de zijde gekozen van onze tegenstanders. Daarom heb ik ook in de systeempers gezegd dat “deze kinderen van mij de pest kunnen krijgen”. Dat haar kinderen haar in de steek lieten resulteerde met de kerstdagen dat zij bijvoorbeeld huilend kameraad Theo Siebenheller opbelde met de vraag of hij met de kerst bij haar wilde zijn omdat zij zo alleen was. Theo haalde ook altijd met haar boodschappen en heeft haar een hele tijd geholpen waar hij kon. Samen met Theo ging zij graag vis halen voor haar katjes, want die aten ook gewoon harinkjes mee. Theo hielp ook mee om de tuin te onderhouden en een paar andere kameraden hielpen mee met verven van haar woning enz. Een ander NVU-lid heeft in Vlaanderen al haar bloembollen geplant in haar tuin. Mevrouw Florentine Rost van Tonningen-Heubel wandelde graag met haar hond veelal vergezeld van enkele kameraden. In de gesprekken klaagde zij altijd maar weer over de huidige politieke situatie in Nederland. Grote kritiek had zij op de politieke kopstukken van het rechts-radicalisme. De keren dat ik met haar meewandelde beschreef zij wat zij had betekend in de oorlog en sprak er telkenmale schande van dat haar man was vermoord. Vooral de waarheid achter de moord op haar man was haar grote drijfveer in het leven.

In het boek wat zij geschreven heeft “Op zoek naar mijn huwelijksring” , probeert zij duidelijk weer te geven wat haar in het leven heeft gedreven. Een aanrader voor mensen die meer over haar te weten willen komen. De laatste negen maanden van haar leven waren een gevecht om in het hiernamaals naar haar man te komen. Aan de telefoon was zij de laatste maanden dikwijls verward want haar leeftijd en gezondheid begonnen echt een rol te spelen. Haar laatste wens om bij haar man te zijn is nu in vervulling gegaan. Een moedige dappere nationaal-socialiste is overleden die altijd trouw is gebleven aan haar idealen. Wij hebben haar opgepaste wijze herdacht met een treurmars op 2 juni jl. en zullen haar graf tot in lengte van dagen regelmatig bezoeken om haar de eer te geven die haar toekomt.

Helaas had Mevrouw Rost van Tonningen-Heubel geen begrafenisverzekering afgesloten en zadelde zij haar kinderen op met de kosten. Jan de Beule die eigenlijk na haar overlijden alles zou regelen in Vlaanderen, belde hals over kop haar kinderen op om te zeggen dat de kinderen haar begrafenis maar moesten regelen. Een begrafenis kost ongeveer tussen de 7000 en 10.000 euro. Dit bedrag kon Jan de Beule niet betalen. Zeker niet een begrafenis in Vlaanderen geheel in de stijl en wens van haar en ook met instemming van haar kinderen. De kinderen hielden het erop dat wanneer zij voor de kosten op moesten draaien, dat de begrafenis klein en besloten gehouden werd. De steen en de kist zijn betaald door een kameraad die anoniem wenst te blijven. Het consortium laat Mevrouw Florentine Rost van Tonningen-Heubel met een schuld na van 7000 euro.

18 mei 2007.
Constant Kusters.
  Mevrouw Florentine
  Rost van Tonningen-Heubel
  
  Haar huwelijksring!
  Symbool voor haar strijden
  voor de nagedachtenis van
  haar man.
  
  Laatste schilderij
  door haar zelf gemaakt
  

Kameraad en nationaal-socialist Bert Eriksson

Op zondag 2 oktober 2005 is overleden kameraad en nationaal-socialist Bert “Den Bert” Eriksson. Eriksson geboren 30 juni 1931, was lid van het Vlaams Blok maar had zijn bedenkingen bij die partij: ‘Ze zijn soms te mak.’

Armand Albert ‘Bert’ Eriksson, de vroegere leider van de extreem-rechtse paramilitaire Vlaamse Militanten Orde (VMO), is zondagavond op 73-jarige leeftijd aan een longziekte overleden in het Zeeuws-Vlaamse Westdorpe, net over de Belgische grens. In de jaren zeventig en begin jaren tachtig was Eriksson niet uit het nieuws te branden. De acties van Eriksson en zijn geüniformeerde militanten veroorzaakten een aantal processen en hebben uiteindelijk in 1983 geleid tot de veroordeling van de VMO als illegale privé-militie. De leider zelf verbleef een jaar in de gevangenis en kreeg in extreem-rechtse middens de status van ‘politieke gevangene’.

Eriksson was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Hitlerjeugd Vlaanderen. In het begin van de jaren vijftig werd hij lid van de Vlaamse Sociale Beweging en later van de VMO, een organisatie die oorspronkelijk bedoeld was als een soort ordedienst van de toenmalige Vlaamse Volksunie. In 1951 nam Eriksson dienst als beroepsmilitair bij de paracommando’s. Na zijn ontslag als militair in 1962 werd hij cafébaas. Het beruchte café Odal in de Ballaerstraat in Antwerpen fungeerde ook als VMO-lokaal. Van 1971 tot de ontbinding van de VMO werd de organisatie met strakke hand geleid door Eriksson. “Hij gaf de VMO een duidelijk anticommunistisch en rechts-radicaal profiel en bracht de groep vaak op spectaculaire wijze in het nieuws”, zo stelt de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Een andere specialiteit van de VMO-leider was het clandestien ontgraven en herbegraven van lijken van bekende nationaal-socialisten. Zijn bekendste stunt was Operatie Brevier in 1973, toen een commando onder leiding van Eriksson het stoffelijk overschot van priester-dichter Cyriel Verschaeve vanuit Oostenrijk naar Vlaanderen overbracht. Vijf jaar later volgde een gelijkaardige actie toen het lijk van VNV-leider Staf De Clercq van het kerkhof van Leerbeek werd weggehaald en herbegraven in Asse. En in 1997 werd de stunt nog eens overgedaan, ditmaal onder de codenaam Wolfsangel, met het lijk van de NSB leider Anton Mussert. Het lijk van Anton Mussert ligt ergens begraven waar alleen een aantal intimi en kameraden van af weten.

Sedert het einde van de jaren tachtig speelde Eriksson geen actieve politieke rol meer. Zijn verdwijning van het toneel viel samen met de eerste electorale successen van het Vlaams Blok. De vroegere VMO-leider was vanzelfsprekend lid van de extreemrechtse partij, maar had toch zijn bedenkingen. “Ze zijn soms te mak”, oordeelde Eriksson enkele jaren geleden in een interview met Het Laatste Nieuws. “Dat ze de wet op het revisionisme mee hebben goedgekeurd, dat ligt ons nog altijd zwaar op de maag. ‘t Was een knieval, in de hoop de stugge houding van de andere partijen te verweken. Het heeft niet geholpen. Het cordon sanitaire bestaat nog, en ze hebben zelfs een proces aan hun been. Anderzijds bestaat 50 procent van het Blok nog altijd uit ex-VMO’ers. Dat is een goed teken.” Met het overlijden van kameraad Eriksson hebben wij een groot strijder verloren, bij de demonstraties die in Vlaanderen tot stand kwamen door het Odal Actiecomité in de jaren ’90 was kameraad Eriksson soms ook van de partij. Waarbij de NVU altijd een afvaardiging kameraden stuurde om het Odal Actiecomitee te ondersteunen in de jaren ’90. In de Vlaamse steden Gent, Brugge en Antwerpen zijn er meerdere demonstraties geweest waar ook kameraad Eriksson aanwezig was. Hij dwong respect af op een natuurlijke manier.

Bij de laatste bijeenkomsten waar ik kameraad Eriksson nog zag was zijn longziekte al duidelijk zichtbaar. Iedere keer moest hij zijn beademingsapparatuur met zich meeslepen. Het moge duidelijk zijn, hier is een waar politiek soldaat gestorven is! Eriksson heeft mede ervoor gezorgd dat hij de weg voorbereider is geweest voor het Vlaams Blok / Vlaams Belang. Fillip Dewinter is 2 weken voor zijn overlijden nog bij zijn sterfbed geweest, via de achterdeur, zodat niemand hem zag. Eriksson tijd van de Hitlerjugend heeft zijn leven bepaald heeft hij eens tegen mij gezegd. Niemand van het hogere kader van het Vlaams Belang was aanwezig om deze kameraad de laatste eer te bewijzen. Alleen de wat lagere in rang van het Vlaams Belang waren aanwezig. Wel stond er een mooie erwacht opgesteld van VMO-ers en werd er o.a. het lied gezongen: ‘Ich hatte eine kameraden’. Van de Nederlandse beweging waren o.a. aanwezig; Eite Homan e.a. Nederlandse kameraden. Een prachtige rouwkrans is afgegeven aan de familie Eriksson en wij schamen ons niet, zoals het Vlaams Belang, om lof en eer te betuigen aan deze nationaal-socialist en politiek soldaat “Den Bert”!
15 juli 2007.
Constant Kusters.
(herziene uitgave)
  Bert Eriksson

Kranslegging bij graven van de NSB-ers
Peter Ton en von Lutzow


Gisteren, 17 mei was het voor mij een bijzondere dag, om een uur zou een delegatie van de NVU onder leiding van Constant Kusters de voorzitter naar Den Haag komen om een krans te leggen op het graf van Peter Ton en von Lutzow. Beiden zijn begraven op oud Eik en Duinen, het zijn opvallende graven, immers de grafstenen zijn gesierd met de wolfsangel, het bekende NSB teken.

De graven waren schandelijk verwaarloosd en vorig jaar heb ik op me genomen een en ander recht te zetten. Zij liggen er nu weer keurig bij en een akelige boom waar veel vuil uit viel van vogels e.d. is door mij gekortwiekt, genoemde boom zorgde ook voor veel alg aanslag op de graven dat alles is nu voorbij.

Gisteren om precies een uur was ik ter plaatse en na een kwartier wachten zag ik enige mensen uitstappen uit diverse auto's. De eerste die op mij toestapte was de voorzitter, hem kende ik natuurlijk van de foto in het blad van de partij. Het is een man met een licht atletisch figuur met een open gezicht. De anderen waar ik kennis mee maakte waren allen nog jonge kerels, een man of acht en een vriendelijk jong meisje was daarbij. zij maakten op mij een ernstige wat plechtige indruk wat ook kwam door de stemmige kledij die ze droegen. Het bloemstuk wat op de graven gelegd zou worden was prachtig. Wij zijn toen in kalme tred naar de graven gegaan alwaar Kusters een korte toespraak hield over beide neergeschoten kameraden. Er waren zelfs kopieën van de levensloop van Peter Ton met een kleine foto van hem, iets wat ik zuinig bewaren zal. Het heeft mij zeer getroffen dat deze jonge kerels aldaar verzameld waren. En die jonge vrouw.

Er is dus nog hoop voor Nederland, Hou Zee!

Den Haag, 18 mei 2005.
Rudolf Snijders.


Lees hier meer over Peter Ton
  Peter Ton
Unsere Ehre Heisst Treue
het overlijden van Unterscharführer
Partijgenoot en Kameraad Dhr. Petit


Op dinsdag 4 januari is overleden onze kameraad en partijgenoot Dhr. Johannes Petit, geboren 17-2-1917. Kameraad Petit droeg het lidmaatschapsnummer 3074. Op 86 jarige leeftijd is deze kameraad overleden na velen jaren trouw de beweging te hebben gediend als politiek soldaat.

In de jaren dertig was Dhr. Petit al lid van de NSB en liep al folders van de NSB uit te delen en het blad voor volk en vaderland te verkopen in Amsterdam. Vol trots in zijn blauwe hemd en stormriem handelde hij als overtuigd nationaalsocialist.

In 1940 meldde kameraad Petit zich meteen bij de Waffen SS, 23e Freiwilligen-Panzergrenadiersdivision Nederland, en kwam in 1941 in actie aan het oostfront (Heeresgruppe Nord - Noord Rusland omgeving Leningrad) waar hij zich ook meteen onderscheidde door bewezen moed en inzet aan het front. Zo kreeg hij het IJzeren kruis 2e klasse wegens bewezen moed door een Russische t34 tank naar een doorbraak met een handgranaat op de blazen. Hierdoor kreeg hij enkele granaatsplinters in zijn gezicht. Wat hem een aantal littekens opleverde. Ook kreeg hij de medaille Winterschlacht im Osten 1941/1942, welke hij aan mij persoonlijk heeft geschonken.

Kameraad Petit bereikte de rang van SS-Unterscharführer en was MG-34 en later MG 42 mitrailleur schutter. Over de oorlog hebben wij het vaak gehad, maar ik herinner mij nog goed dat hij zei, eigenlijk is de oorlog verschrikkelijk, je raakt al je kameraden en vrien-den kwijt. Het is helemaal geen romantiek, maar pure doffe ellende. Je doet gewoon je plicht als soldaat. En dat heeft Dhr. Petit zeker gedaan!

Aan het eind van de oorlog mei 1945, kameraad Petit was gelegerd in Letland, mocht hij van zijn meerdere terugkeren met de fiets. Hij zei tegen de Russen dat hij een Nederlandse dwangarbeider was en deed er ongeveer 14 dagen over om naar huis te fietsen. Aangekomen in Amsterdam lukte het hem ongeveer 2 maanden om van de vrijheid te proeven.

Een aantal Amsterdamse buren hadden Dhr. Petit gezien toen hij met verlof was in zijn SS uniform en gaven dit door aan de autoriteiten. Dhr. Petit werd veroordeeld, kreeg eerst levenslang, daarna 15 jaar en na jubelgratie kwam hij in 1951 vrij. Zes jaar lang heeft deze kameraad moeten uitzitten voor zijn overtuiging.

Kameraad Petit heeft zes jaar lang gedetineerd gezeten in Groot-Bankenbosch, waar destijds Nederlandse SS-ers en NSB-ers hun straf moesten uitzitten. Toen ik destijds mijn strafje van 6 maanden moest uitzitten kwam hij mij dan ook opzoeken als een trouwe kameraad. En samen wisselden wij dan ook nog wat gesprekken uit over de strafinrichting. Hij vertelde mij dat hij destijds werkte bij de molen en hij i.p.v. bruin brood wit brood maalde wat hem zoveel dagen eenzame opsluiting opleverde.

Ik mag gerust zeggen dat ik een zeer trouw fan / kameraad en aanhanger van mij heb verloren met het overlijden van deze kameraad. In een geschil wat hij had met Joop Glimmerveen en Stefan Wijkamp bij mevrouw Rost van Tonningen stond kameraad Petit vierkant achter mij als voorzitter en achter de ingeslagen politieke koers van de partij.

Van deze vorm van kameraadschap en loyaliteit kunnen nog veel kameraden wat leren.
Wenn allen untreu werden so bleiben wir doch treu!
We zullen je missen kameraad!

Vrijwilligers Legioen Nederland

De grootste nationaal-socialistische beweging van Nederland was de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, al jarenlang een bewonderaar van Adolf Hitler. Zijn activiteiten werden door de Duitsers actief ondersteund, omdat die de Nederlanders als een belangrijk noords volk beschouwden. Kort na de Duitse intocht in Den Haag werd een SS rekruteringsbureau opgezet en werden goede rekruten aangeworven voor het regiment Westland of de Wiking-divisie. In juli 1941 ontstond toen een Nederlands vrijwilligerslegioen onder het commando van de chef van de Nederlandse generale staf, de generaal Seyffardt.

Met zulk een prominent en aanzien genietend lid van het Nederlandse militaire apparaat aan het hoofd kreeg het legioen snel aanzien. Het aantal rekruten nam ook toe, er meldden zich zelfs zoveel rekruten, dat men dacht een complete divisie te kunnen opstellen. De Duitsers wezen echter een aantal Nederlandse officieren en onderofficieren af, omdat die geen gevechtservaring hadden. In hun plaats werd Duits personeel ingezet. De daaruit voortkomende onenigheid als ook de ruwe behandeling van de rekruten door de Duitse instructeurs veroorzaakten grote problemen binnen het legioen. Gefrustreerd verliet een aantal rekruten het legioen.

Het vrijwilligerslegioen Nederland kwam januari 1942 aan het Oostfront terecht en werd gestationeerd in de noordelijke sector in de streek rond Wolchow ten noorden van de Ilmensee.

Na vele weken van harde gevechten begonnen de Nederlandse vrijwilligers aan een tegenaanval tegen het Rode Leger.In maart waren ze al weer na zware verliezen teruggedrongen naar hun uitvalslinie. Slechts 20% van de oorspronkelijke sterkte was nog tot vechten in staat, maar hun strijdlust was aanleiding voor een eervolle vermelding door het Oberkommando van de Wehrmacht.

In het voorjaar van 1942 werd de eenheid opnieuw geformeerd en als onderdeel van de legergroep Noord overgebracht naar de noordelijke sector van het Oostfront in de buurt van Leningrad. Opnieuw leed het Legioen zware verliezen. De moord op Generaal Seyffardt door Nederlandse verzetsstrijders had ook invloed op het moreel van de troepen.

In het voorjaar van 1943, toen de tweejarige diensttijd van de eerste vrijwilligers was afgelopen, waren slechts weinigen bereid verdere verplichtingen aan te gaan. Slechts een klein aantal hechtte nog geloof aan de Duitse beloften inzake een snelle overwinning in het Oosten. Omdat slechts een klein aantal soldaten hun diensttijd wilde verlengen, werd het legioen omgevormd tot de 4e SS-Vrijwillige-Panzerbrigade.

De leden van het legioen droegen een speciale kraagspiegel met de zogenaamde wolfsangel op de plaats van de SS-runen. Hun nationale embleem op de armen was gehouden in de nationale kleuren rood wit en blauw en de naam van de eenheid stond er ook op vermeld.

Tijdens hun korte bestaan slaagde het vrijwilligerslegioen Nederland erin een naam op te bouwen als betrouwbare eenheid. Tot de meest bekende leden behoorde de jonge Sturmmann van het Legioen Gerardus Mooyman. Pas 20 jaar oud streed Mooyman bij de panzerbestrijding in een pantserjagerskompanie. Tijdens een zware sovjet-russische tankaanval slaagde Mooyman erin 13 vijandelijke T-34 tanks uit te schakelen. Daarbij bediende hij verder alleen het tankkanon nadat zijn kameraden gewond of gedood waren. Daarvoor ontving Mooyman als eerste Europese vrijwilliger het ridderkruis met het ijzeren kruis en werd tenslotte bevorderd tot SS Sturm-Mann.

Arnhem, 3 februari 2004.
Constant Kusters.
   Unterscharführer
  Johannes Petit

  Kranslegging bij het graf
  van kameraad Petit
  27 november 2004
Kameraad en Partijgenoot Richard ten Wolde

Kameraad Richard ten Wolde, geboren 16 november 1968, is in de maand november 2000 door een auto geschept en daarbij in een coma terechtgekomen. Richard lag in de één na zwaarste coma fase. Richard stond bij menig kameraad bekend door zijn enthousiaste levenshouding. Altijd vrolijk en opgewekt stond hij met beide benen in het leven. Richard, die op zijn 32ste levensjaar veel te vroeg is overleden, diende al ruim vijftien jaar de Nederlandse rechts-radicale beweging. Zijn ‘politieke carrière’ begon bij het Jongeren Front Nederland, van Stewart Mordaunt, kwam daarna terecht bij de CP’86. Na het verbod van de CP’86 bij de FAP en de Nederlandse Volks-Unie. Veel kameraden kennen Richard ook als een echte moppentapper. Waar hij ook was, hij wist altijd wel een mop te vertellen. Menig gezellig uurtje heb ik met deze kameraad doorgebracht in mijn stamcafé. Een lekker glas bier ging er bij Richard altijd wel in.Doordat Richard al heel wat jaren meedraaide binnen de beweging kende hij natuurlijk ook een heleboel personen. En vooral over de personen die gestopt waren had hij een duidelijke mening. Dat vond hij allemaal maar een stel zwakkelingen. Ook zijn waardering voor andere kameraden liet hij altijd merken. Zo had hij altijd grote bewondering voor Mevr. Rost van Tonningen en Joop Glimmerveen.

Iets waar Richard een absolute hekel aan had was aan drugsgebruik. Hier moest hij absoluut niets van hebben, ook niet van softdrugs of wat dan ook. Hij hield het altijd bij het lekkere Germaanse gerstenat! Bij vele acties in binnen- en buitenland was Richard aanwezig. De Rudolf Hess mars 1996 was wel even een hoogtepunt toen ik ineens Richard het andere busje zag besturen. Ik dacht toen nog hoe kan dit nu, hij heeft toch geen rijbewijs, maar de andere chauffeur, had last van zijn maag en wilde even slapen. Ik lag werkelijk in de lachstuipen toen ik onze heftruckchauffeur achter het stuur zag met een brede glimlach op zijn gezicht, die wij altijd gewend waren van onze kameraad.

Ook de acties in Vlaanderen, waar kameraad Richard meerdere malen aanwezig was, staan nog in mijn geheugen geprent. Een pintje drinken en gezellig actie voeren. Demonstraties in Brugge, Diksmuide, Antwerpen en de vele zaalbijeenkomsten in Vlaanderen: Richard was erbij! Een zaalbijeenkomst in, ik meen, Zelzate, was wel lachen, toen Richard iets te diep in het glaasje had gekeken en bij een toespraak van kameraad Glimmerveen er doorheen begon te praten, met Joop een discussie begon en Joop bijval gaf over de inhoud van zijn toespraak.

Ook hield Richard wel van een robbertje vechten; tijdens een gemeenschappelijke rechtszaak, waarbij nog een andere kameraad betrokken was, hield hij zijn mond dicht. Althans zijn verklaring luidde; ik was dronken en weet mij niets meer te herinneren. Hij verraadde nooit zijn kameraden!

Richard droeg het lage partijlidmaatschapnummer 3033 en velen van jullie missen hem evenzeer als ik dat doe bij partijaangelegenheden en in de privé-sfeer. Zoals ik al zei tijdens zijn crematie waar ik mocht spreken, gelukkig is Richard nu uit zijn lijden verlost en is hij bij onze kameraden in het Walhalla. Wij zijn een goede kameraad en partijgenoot kwijtgeraakt. De aanwezige partijgenoten brachten allen tijdens de rouwplechtigheid bij de kist van onze kameraad de Groot-Germaanse groet, precies zoals onze kameraad dat zou hebben gewild.

Laat voor velen Richard een sprekend voorbeeld zijn van loyaliteit en idealisme. Richard we missen je, t.z.t. zal ik je opzoeken in het Walhalla!
April 2001.
Constant Kusters.
  Richard ten Wolde
Marcel Keizer op 24 november 2000

Marcel Keizer, die al jaren niet meer aan politiek deed, was vanaf 16 juni 1981 met lidmaatschapsnummer 2138 tot in de loop van 1986 lid van de Nederlandse Volks-Unie. Het grootste deel van die tijd was hij lid van de Raad van Bestuur van de partij met de functie van Propagandaleider van de NVU. Tevens was hij Gelastigde voor de Interne Veiligheid van de gehele Beweging en Administrateur/Verzender van de bladen van Wij Nederland en Opmars. Al deze functies vervulde hij op zeer actieve en energieke wijze. Als propagandaleider was hij bovendien uitermate inventief. Hij was het die voorstelde een demonstratieve herdenking te houden voor de in 1940 vermoorde WA-man Peter Ton als tegenwicht tegen de overdreven aandacht die onze linkse tegenstanders aan een omgebrachte kleurling besteedden om diens dood op verachtelijke wijze uit te buiten om het rechts-radicalisme in een kwaad daglicht te stellen. Hij was het die voorstelde op uitnodiging van de beheerder een onderzoek in te stellen en foto’s te nemen op het partijkantoor van de op instigatie van de BVD als ongevaarlijke concurrent van de NVU opgerichte Centrumpartij (CP). De voorgenomen herdenking van Peter Ton zorgde vooraf voor veel opschudding en uit de manier waarop onze tegenstanders op de dag van de herdenking de veel aandacht trekkende mars rondom de begraafplaats die hermetisch was afgesloten, uit de publiciteit hielden, bleek dat die net als wij er inmiddels overtuigd waren geraakt, dat het gebruik van de term fascisme het grootste deel van de Nederlanders niet meer tegen ons kon opzetten. De publicatie van de foto’s die in het partijkantoor van de CP, waarvan de “leiders” toch al met elkaar overhoop lagen, deed de CP uiteenspatten in twee delen, de CP, later CP’86 genaamd, en de Centrumdemocraten (CD). Marcel Keizer was tevens een goed spreker en een uitmuntend pamflettist, niet alleen wat betreft stijl en inhoud, maar veelal ook met betrekking tot het gekozen onderwerp dat enkele malen zodanig was, dat het veel opzien zou baren!

Marcel Keizer was net als de meeste van ons geen heilige. Hij stak echter met twee eigenschappen uit boven het grootste deel van zijn medemensen. Allereerst met zijn vermogen bij zakelijke tegenslagen niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar alles in het werk te stellen de moeilijkheden te overwinnen, waarin hij een paar maal een succesvol zakenman was. In de tweede, maar niet de laatste plaats met zijn grote hulpvaardigheid jegens vrienden en bekenden, als die in moeilijkheden verkeerden. Hij stak daar als druk bezet man veel tijd en energie in en was ook bereid zich daarbij zo nodig aanzienlijke financiële offers te getroosten. Zo bewoog hij indertijd hemel en aarde om de laatste wens van een gestorven oud-WA-man, Piet Zeller, alsnog in vervulling te doen gaan, hetgeen echter helaas niet tot succes leidde als gevolg van de onwil van de betreffende familie.

Marcel Keizer werd op vrijdag 24 november 2000 november, op zijn drieënveertigste verjaardag, doodgeschoten door een negroïde winkeldief die hij achtervolgde. Met hem is een man gestorven die indertijd op uitmuntende wijze veel werk heeft verricht voor de NVU. Persoonlijk verlies ik in hem een uitstekende vriend die op tragische wijze veel te vroeg is heengegaan en die ik mij zal blijven herinneren als iemand die ook een man van allure was.
Maart 2002.
Joop Glimmerveen.
  Marcel Keizer
Staat van beleg in Winterberg

Ondanks politierepressie – indrukwekkende manifestatie van Duitslands nationaal-socialisten tijdens begrafenis van SA-kameraden Kubiak en Zimmermann!

“Een driewerf” Sieg Heil voor de SA-mannen Kubiak en Zimmermann!” Met deze woorden besloot de Hamburgse Führungskameraad Steiner zijn herdenkingstoespraak op het gemeentelijk kerkhof in het Sauerlandse Winterberg. En terwijl de beide kisten – bedekt met de vlag van de Partij en Stormafdeling – langzaam naar beneden zakten en in de aarde verdwenen, weerklonk honderdvoudig “Sieg Heil” over de in nevel gehulde begraafplaats. Op deze grauwe novemberdag in het jaar 1997 nam de Beweging afscheid van enkele van haar beste zonen. Tweehonderd activisten uit het Altreich, waaronder de vrijwel voltallige geheime leiding van de illegale NSDAP-Inland en uit Nederland waren gekomen om op passende wijze deze twee waarlijk politieke soldaten de laatste eer te bewijzen en naar hun definitieve rustplaats te vergezellen. Uit angst voor verwachte politieke demonstraties op en rond de begraafplaats (die inderdaad plaatsvonden) had de staatsmacht besloten zijn gepantserde vuist te laten zien en politietroepen uit het gehele Ruhrgebied in Winterberg samengetrokken. Reeds op 24 november (vier dagen voor de officiële begrafenis) arriveerden de eerste Hundertschaften van de Bereitschaftspolizei (BePo) uit Dortmund en Meschede, nadat het op de avond van de 22e tot een eerste spontane herdenkingsmars door de binnenstad van Winterberg was gekomen, waaraan door ± tachtig man werd deelgenomen en waarbij de plaatselijke politie passief bleef. Op aandrang van de organisatoren van het geheel, vooral van de speciaal direct uit Hamburg overgekomen kameraad Steiner, die openlijk “geweld” aankondigde in het geval de politie zou proberen de mars te verhinderen beperkten de cops zich tot het regelen van het verkeer en het afzetten van de straten.

Op de dag van de begrafenis zelf, de27e, bevond geheel Winterberg zich dan ook vast in de wurgende greep van de speciale politietroepen. Op elke hoek van de straat waren manschappenbusjes van BePo en Grenzschutz geposteerd. Minimal 400 man werden in Winterberg in reserve gehouden, waaronder één Hundertschaft uit Oberhausen en één uit Gelsenkirchen. Nog eens drie Hundertschaften waren opgetrommeld om de toegangswegen naar het bekende wintersportoord hermetisch af te grendelen: checkpoints en roadblocks bevonden zich reeds op 4 kilometer afstand in Arfeld en Meschede. Gecompleteerd werd het geheel door talloze observatie – en aanhoudingseenheden – van KLA en Politische Polizei: Zo bleek op die dag de nagenoeg voltallige Staatsschutzafdeling van de Dortmunder Kripo in het Sauerland actief te zijn.

Dat het systeem die dag keihard zou optreden, was enkele dagen van tevoren duidelijk geworden, toen medewerkers van de Dortmundse politieke recherche (de gehate “Staatsschutz”) een bezoekje aflegden bij de voormalige FAP-leider “Sigi” Borchardt. In niet mis te verstane bewoordingen werd hem te kennen gegeven, dat de cops op deze dag “niets” zouden tolereren (“Zero Tolerance”). Uitsluitend zwarte en zwart-wit-rode vlaggen zouden zijn toegestaan en er zou scherp worden gelet op verboden politieke symbolen, zelfs de opschriften op het linten van de kransen zouden worden gecontroleerd!

Bij het “minste of geringste” zou worden opgetreden. En passant werd Sigi nog het advies meegegeven om er “dus” voor te zorgen dat alles “rustig” zou blijven, “vooral in zijn eigen belang”.

Inderdaad kreeg op de dag van de 27e november het begrip “Zero Tolerance” een geheel nieuwe dimensie. “Preventief” politieoptreden leverde al voor het begin van de begrafenis in totaal 23 arrestaties op met de avontuurlijkste motivaties. Bijvoorbeeld namen de cops op het station in Hagen (Ruhrgebied) veertien activisten (behorende tot de Truppe van Sigi) in hechtenis op verdenking van overtreding van het Versammlungsgesetz: ze zouden zich hebben verzameld om “deel te nemen aan een verboden politieke demonstratie”! De betrokken kameraden, afkomstig uit o.m. Dortmund, Essen. Oberhausen, Schwelm en Hagen, bevonden zich op weg om de begrafenis bij te wonen van kameraad Harald Mehr in Lüdenscheid, die op 22 november eveneens om het leven was gekomen bij het tragische "verkeersongeval" op de A1 nabij Vechta (gebied rond Osnabrück), waarbij ook de kameraden Kubiak en Zimmermann het leven lieten. Bij controles op de begraafplaats in Lüdenscheid werden daarop nog eens vier kameraden opgepakt.

Alle arrestanten bleven tot de daarop volgende dag vastzitten, teneinde in het kader van het snelrecht direct voor de Haftrichter te worden gebracht. (Bij dit Schnellgericht-verfähren is sprake van de sedert lange tijd door Ignax Bubis geëiste snelrechttribunalen tegen “neo-nazis”).

Totale “buit” van dit “kordate” politieoptreden: één honkbalknuppel en drie jerrycans benzine! Wis en waarachtig een “indrukwekkend” arsenaal aan “wapens” voor de burgeroorlog!

Na afloop van de begrafenis in Winterberg sloeg de staatsmacht dan definitief toe: nadat direct buiten het kerkhof het eerst kameraad Steiner al was gearresteerd vanwege zijn leidinggevende rol bij de voorafgaande demonstratie op de begraafplaats en vanwege zijn toespraak waarin hij o.a. refereerde aan de “heldhaftige strijd” van “Sturmführer Wessel” en opriep de strijd van de “historische SA” “voort te zetten” en “in de geest van Horst Wessel” tot een “zegevierend einde” te voeren, bestormde een Sondereinsatzkommando der politie vijftien minuten later een Gaststätte in het centrum van Winterberg en arresteerde 48 aanwezige kameraden. Hieronder bevonden zich tal van prominente nationaal-socialisten (o.a. kameraad Worch uit Hamburg, sinds kort na een tweejarig bajesverblijf weer op vrije voeten). Ook op deze kameraden zou snelrecht toegepast worden.

Daartoe werden ze – na eerst overgebracht te zijn naar Meschede – op transport gesteld naar Dortmund, Hagen en Gelsenkirchen. Als eerste diende kameraad Worch de daarop volgende middag voor de Haftrichter te verschijnen. De door de verantwoordelijke Staatsanwaltschaft Dortmund (Politische Abteilung) als bewijsmiddel aangedragen video-opnamen van de gebeurtenissen op het kerkhof (gemaakt door het videodokumentatieteam van de Dortmunder Staatsschutz) bleken van een dusdanige slechte kwaliteit, dat de Haftrichter vertwijfeld uitriep: “Hier kan ik niets mee!” en deze beelden uiteindelijk weigerde als bewijsmiddel te accepteren. Daarmee verviel elke grondslag voor een snelrechtprocedure en was de Staatsanwaltschaft weer terug bij af.

Als één van de weinigen bleef tenslotte kameraad Michael Krick (activist Sauerländer Aktionsfront) in Haft. Wegens overtreding van Bewährungsauflagen werd hij onmiddellijk in Untersuchungschaft genomen. Vermoedelijk zal onze kameraad de eerstkomende twee jaar niet meer direct deel kunnen nemen aan de “Kampf um Deutschland”! Betuigt allen jullie solidariteit met kameraad Krick!

Ondanks massa-arrestaties, ondanks politietoestanden, ondanks de staat van beleg in het gehele Sauerland: de 27e november 1997 heeft getoond, dat de Beweging nog niet dood is en verder marcheert. Aan het graf van twee van zijn beste strijders manifesteerde zich opnieuw de eensgezindheid en indrukwekkende kracht van het politieke soldatendom als de nieuwe ELITE VOOR DUITSLAND!

Getrouw het oude SA-motto:
ZE KUNNEN ONS VERMOORDEN, MAAR ONZE GEEST NOOIT!

De Beweging leeft en kan niet verboden worden! Kameraad Kubiak! Kameraad Zimmermann! En toch zullen jullie winnen! In de geest van Horst Wessel VOORWAARTS!
Juni 1998.
Hans Westmar.
  Andree Zimmermann
  Thomas Kubiak
Een politiek soldaat

In de late avond van 30 december 1995 overleed te Amsterdam onze bekende kameraad Gerrit (Et) Wolsink op de leeftijd van 71 jaar.

Et Wolsink werd geboren op 19 december 1924 te Helmond. Als kind uit een N.S.B.-gezin maakte hij al op zeer jonge leeftijd kennis met het nationaal-socialisme, dat hij trouw bleef en waarvoor hij zich in de oorlog met gevaar voor eigen leven daadwerkelijk inzette en waarvoor hij ook na de oorlog voor en achter de schermen werkzaam bleef.

Om de activiteiten van Et Wolsink in en na de oorlog hangt een waas van geheimzinnigheid waarop hier niet nader zal worden ingegaan. In dit herdenkingsartikel zal ik mij beperken tot wat officieel over zijn inzet voor ons land bekend is. Hij bezat het diploma 5-jarige H.B.S. en het diploma Nederlandse Handelscorrespondentie. De Duitse, Engelse en Franse taal beheerste hij in woord en geschrift op uitstekende wijze.

In december 1942 werd hij lid van de Nationale Jeugdstorm waarin hij de rang van vaandrig bereikte. Op de leeftijd van 18 jaar werd hij lid van de N.S.B. In 1943 trad hij als oorlogsvrijwilliger toe tot het legioen Nederland en vocht aan het Oostfront tegen het bolsjewisme. In de laatste oorlogsmaanden streed hij in de 34. SS-Grenadierdivisie Landstorm Nederland tegen onze zogenaamde bevrijders. Na de capitulatie werd hij overgebracht naar het beruchte concentratiekamp Harskamp, alwaar hij, zoals gebruikelijk in democratische Nederlandse concentratiekampen, ernstig werd mishandeld.

Als jeugdgeval werd hij later veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar en zes maanden die hij moest ondergaan in een bijzondere strafgevangenis voor jongelieden en ontzegging van het kiesrecht voor de tijd van tien jaar. Het laatste zal hij niet erg hebben gevonden. Zijn straftijd begon op 15 april 1947 en zou eindigen op 12 oktober 1948. Eind 1947 of begin 1948 werd hij vervroegd vrijgelaten, zodat hij op vier maanden na drie jaar in gevangenschap doorbracht.

Zoals reeds vermeld, bleef hij ook na de oorlog actief voor zijn nationaalsocialistische wereldbeschouwing. Hij was onder meer lid van de Jan Hartman Stichting, was een vooraanstaand lid in de leiding van de Viking-Jeugd Nederland, was lid van de Northern League en later van het Aktiefront Nationale Socialisten (ANS) en de NSDAP/AO. Ook was hij lid van de Hilfsorganisation für national politische Gefangene und deren Angehörige (Hulporganisatie voor binnenlandse politieke gevangenen en hun familie). Verder was hij erelid van onder meer de British National Socialist Movement (BNSM). In de Viking-Jeugd Nederland was hij bondssecretaris en kassier en was hij lid van de VJ-Raad van Oudsten.

Op 21 april 1977 werd Et Wolsink lid van de Nederlandse Volks-Unie. In april 1980 werd hij als lid opgenomen in de Raad van Bestuur. In de Raad van Bestuur werd hij in mei 1980 belast met het onderhouden van de buitenlandse betrekkingen. Zijn talenkennis kwam hem daarbij goed van pas en hij gebruikte die onder meer om het Kort Program in het Engels en het Frans te vertalen. Tegelijkertijd werd hij als opvolger van Joop Hagenbeek tevens vice-voorzitter van de Nederlandse Volks-Unie. In 1983 werd het vice-voorzitterschap overgenomen door een andere partijgenoot en werd hij secretaris-penningmeester. In de laatste jaren van de strijd van de Nederlandse Volks-Unie bekleedde hij ook de functie van congresvoorzitter.

In 1986 verliet hij, mede om gezondheidsredenen de Nederlandse Volks-Unie, nadat de politieke strijd van de NVU als gevolg van de omstandigheden tot een (voorlopig) einde was gekomen. Bij zijn intrede in de Raad van Bestuur toonde hij zich voorstander van het maken van propaganda in arbeidsbuurten wegens korting op het minimumloon, de woningnood en de problemen met vreemdelingen. Et Wolsink was een goed spreker die op vergaderingen van de NVU verschillende malen het woord heeft gevoerd.

Lange tijd was hij vaste medewerker van Wij Nederland, het blad van de NVU en van Opmars, het blad van het Nationaal Jeugdfront. Zijn artikelen in Wij Nederland bevatten satire van hoog gehalte (enige stukken waren juweeltjes) waarmee hij het democratische wanstelsel en de multiculturele “samenleving” op humorvolle wijze volledig aan de kaak stelde en tot op de grond toe afbrandde. Zijn artikelen waren voor de heersende machthebbers blijkbaar zo gevaarlijk, dat zij aanleiding waren voor een politie-inval bij hem en andere bestuursleden. In oktober 1984 werd hij vervolgd voor de vervaardiging en verspreiding van discriminerende pamfletten. In 1985 werd zijn huis door een aantal linkse staat-terroristen belegerd, toen daar een vergadering van de Raad van Bestuur plaatsvond. Uiteindelijk werd niet het schorem van de straat geranseld en gearresteerd, maar werd Et Wolsink aangehouden en vervolgd, omdat hij het gewaagd had zich met een pistool in de hand het schorem van het lijf te houden. In het kader van de activiteiten van het ANS-Nederland werd hij later opnieuw tweemaal gearresteerd. In 1990 werd hij als internationaal bekende rechts-radicaal geïnterviewd door de Duitse televisie.

Hoewel een overtuigd nationaalsocialist en een onvervaard strijder voor de idealen van het nationaalsocialisme, ontbrak bij hem elke vorm van benepenheid en blind fanatisme. Hij had ook belangstelling voor andere culturen en hun vertegenwoordigers en betreurde indertijd het overlijden van Louis Armstrong en een andere beroemde jazz-musicus die hij persoonlijk had leren kennen uit de tijd dat hij werkzaam was als receptionist in het Amstelhotel. Ook kon hij waardering opbrengen voor conférences van een verklaarde tegenstander als Freek de Jonge.

Voor Et Wolsink was volksnationalisme een synoniem voor nationaalsocialisme. Tot aan het einde van zijn leven beschouwde hij zich als een soldaat van de Führer en bleef hij zijn eed van trouw aan grootste Germaanse leider aller tijden ook na diens dood in 1945 als bindend beschouwen. Et Wolsink was een geboren nationaalsocialist en strijder en als zodanig zette hij zich in voor de zuivere idee van het nationaalsocialisme en voor een ware volksgemeenschap en als SS-man voor de Germaanse Rijksgedachte en het behoud en de bloei van de Germaanse volkeren en van het Noordras. In zijn nagelaten papieren trof ik een gedicht aan dat werd geschreven door een oude Duitse nationaalsocialist. De inhoud is zodanig dat hij Et Wolsink op het lijf staat geschreven. Daarom volgt als slot de integrale tekst van dit gedicht:
    Bekenntnis:
    Ich, einer von den Letzten und den Alten,
    Will treu zu dir, der einst uns führte, halten.
    Und sind auch deine Fehler offenbar:
    Zu allem stehe ich, was einstens war.
    Bei deiner Asche schwör ich, großer Mann:
    In Treue stand ich, als der Kampf begann.
    Du hast mir selber einst die Hand gedrückt
    Und mich mit blauen Augen angeblickt.
    Nun, das heil’ge Reich versunken ist
    Und du nicht mehr auf dieser Erde bist,
    Steh ich gealtert und in weißem Haar,
    Für alles ein, was eist uns teuer war.
    Ich bleibe unsern hehren Zielen treu.
    Mein letzter Stolz ist: Ich war auch dabei!

Juni 1996.
  Gerrit (Et) Wolsink