Startpagina  l  Persverklaringen  l  Lidmaatschap     Contact  l  Impressum  
   M E N U  U bent nu hier : Folders > Turkije
  Geschiedenis NVU            
  Scholingsartikelen             
  Folders                              
  Donaties en Betalingen     
  Verkort Partijprogramma   
  Frisse Blik                         
  NVU Raad van Bestuur    
  NVU Midden-kader             
  GJN                                  
  Media                               
  Concerten                        
  Demonstraties                  
  Overleden Kameraden     
  Partijwinkel                       
  Toespraken                      
  Inhoudsopgave Wij Europa
  Striptekeningen                 
  Anti-Antifa-Werkgroep     
  Vaderlandse Geschiedenis


Tegen de toetreding van Turkije in de E.U.!

"Met Turkije haalt Europa het paard van Troje binnen aldus de Libische leider Khadaffi!"


"De Europese Unie is geen gemeenschap van soevereine volkeren, maar een gebouw waar het kapitalisme zich weinig gelegen laat liggen aan historische feiten, het ontstaan van de gemeenschap laat dit duidelijk zien."



De toetreding van Turkije in de EU beschouwd vanuit nationaal-revolutionair standpunt;

Het huidige Turkije is een overblijfsel van het Osmaanse rijk, dat met de zogenaamde vrede van Sevres op 10 augustus 1920 definitief had opgehouden te bestaan. Het verdrag van Sevres werd nog getekend door de heersende Sultan. De onafhankelijkheidsbeweging onder leiding van Mustafa Kemal Pascha (vanaf 1938 de vader der Turken-Ataturk genaamd) die zich zelf uitriep tot de rechtmatige regering met zetel in Ankara bestreed het verdrag. Door dit verdrag zouden Thrakien en Smyrna, het huidige Ismir voor goed aan Griekenland worden toegewezen. Tijdens de volgende Grieks-Turkse oorlog 1919 tot 1922 werd er zwaar gevochten om het bezit van Smyrna, dat uiteindelijk door Turkije werd ingelijfd. De overwegend Griekse bevolking werd of vermoord of verdreven.
Met het verdrag van Lausanne tot beëindiging van de oorlog op 24 juli 1923 werd het verdrag van Sevres buiten werking gezet. Op 23 juli 1923 werd Turkije officieel gevestigd. Tot dit tijdstip had het Osmaanse rijk een 600 jaar durende traditie, die het cultureel dreef in de richting van de Orient en zeker niet in de richting Europa. Zo omstreeks 1300 had Osman de leider van een Mohammedaanse stam van Turkse nomaden- zich in Klein Azië gevestigd en een eigen rijk gesticht. Dit begon zich sterk uit te breiden en bestond als grootmacht sinds de inname van Konstantinopel in het jaar 1453 en de ondergang van het christelijke byzantijnse rijk tot 1920. Tijdens zijn bestaan veroverde het Osmaanse rijk grote delen van Europa. Osmaanse troepen stonden al in 1440 voor Belgrado. Na de bezetting van de Krim in 1475 verlegden zich de veroveringszuchtige doelen van het Osmaanse rijk allereerst naar het oosten. In 1517 werd Egypte deel van het Osmaanse rijk en Jemen werd in 1547 veroverd. In 1529 belegerden Osmaanse troepen Wenen, nadat ze in 1521 Hongarije hadden veroverd. Dit beleg moest worden afgebroken, daar een zware koude inval het Osmaanse leger tot terugtrekken dwong. 1547 werd tussen Suleyman I en het rijk van de Habsburgers een wapenstilstand gesloten die van Keizer Ferdinand I hoge belastingbetalingen verlangde en Hongarije in drie stukken verdeelde. Het westelijke deel van Hongarije, Kroatië en een deel van de Dalmatische kust bleven in handen van de Habsburgers. In Siebenburgen regeerden Osmaanse vazallen, de Tieflander an Donau en Theiss werden door paschas bestuurd. De tweede poging van de osmanen in het jaar 1683 Wenen te veroveren liep stuk op de verbitterde tegenstand van de bevolking en een grote legermacht van Poolse, Oostenrijkse, Beierse en Swabische troepen, die zich tot een leger hadden gevormd bij Tulln. Tijdens de slag am Kahlen Berg werd het Osmaanse leger vernietigend verslagen. Pas in 1697, tijdens de slag bij Senta konden de Osmanen door het leger van Prins Eugen van Savoyen beslissend worden verslagen. In 1699 verloor het Osmaanse rijk bij de vrede van Karlowitz onder andere Hongarije en Dalmatie. In 1739 werd Noord-Servië weer door de osmanen ingelijfd. Pas door de opkomende nationale bewegingen lukte het na de opstand van de Serven 1804 de Osmaanse bezetters terug te drijven. Zo werd Griekenland na een volksopstand onafhankelijk in 1829. Door het Berlijnse congres verkregen Servië en Montenegro hun onafhankelijkheid.

De expansieve periode van het Osmaanse Rijk was voorbij.

Zijn geschiedenis is nauw verweven met die van Europa, waarbij men moet constateren dat het Osmaanse rijk eeuwenlang een rijk was, dat beheerst werd door het streven naar hegemonie. Cultureel was het Islamitisch en met de veroveringen van alle heiligdommen van de Islam was het Turkse volk, dat met Arabisch sprekende volken en de Perzen niet verwant is tot heerser over de Islamitische religie geworden. Het zogenaamde 3e kalifaat heerste van 1517 tot maart 1924 vanuit Konstantinopel. Dit betekent dat de Osmanen of Turken niet slechts een volk waren met een Mohammedaans geloof, maar dat Konstantinopel gedurende 500 jaar het geestelijke centrum van de gehele Islamitische wereld was. Een economische draai richting Europa begon zich onder Abdulhamid II af te tekenen, die er nauwe banden met het derde rijk op na hield ook keizer Willem II vond hem van bijzondere betekenis. Zo bezocht hij op 21 oktober 1889 een jaar na zijn troonsbestijging Konstantinopel. In het voorjaar al was er door een consortium onder leiding van de Duitse bank met de Osmaanse regering een verdrag gesloten voor de bouw van de Anatolische spoorbaan, die als een voorontwerp voor de legendarische Bagdadbaan gold, waarvan de bouw vanaf 1903 was gepland. AbdulhamidII had daarmee een overwegend militair belang, om troepen sneller te kunnen verplaatsen terwijl het derde rijk duidelijk koloniale bedoelingen had. De Societe Imperial du Chemin de Fer de Bagdad met een kapitaal van 15 miljoen francs werd onder leiding van de Deutsche Bank en de Ottomanische Bank met deelneming van de Wiener Bankverein en de Credit Suisse opgericht. Dit consortium verkreeg in het jaar daarop extra de concessie tot exploitatie van de oliebronnen in Mesopotamie. Het eerste gedeelte van de Bagdadbaan werd in 1912 geopend. Tijdens de wereldoorlog werd er verder aan gewerkt omdat het de bedoeling was deze met de Hedschasbahn te verbinden,die eveneens door Duitse ondernemers was gebouwd. Bij het uitbreken van de oorlog was er inmiddels 1.000 kilometer spoor klaar. In de eerste wereldoorlog waren het Duitse en Osmanische rijk bondgenoten. Duitse generaals hadden op verschillende posities aan het Turkse front commando posten geïnstalleerd. Keizer Wilhelm II bezocht op 15 oktober 1917 Konstantinopel, daarbij droeg hij een Osmaans uniform.
Door de aan het eind van de 19de eeuw gevolgde ommekeer richting westen moet worden opgemerkt, dat het Osmaanse rijk in 1875 het bankroet van de staat afgekondigd had en zich daardoor kwetsbaar opstelde ten opzichte van van de koloniaal politieke plannen van het Duitse rijk.

We moeten de gezamenlijke geschiedkundige achtergrond bekijken nu Turkije lid wil worden van de EU

Zo ontvouwt zich voor de gezamenlijke Europese landen het feit, dat Turkije kan bogen op een gemeenschappelijke cultuurgeschiedenis van 1.000 jaar met de andere staten van de huidige EU, maar tevens ook gedurende meer dan 600 jaar zich vijandig en agressief naar deze cultuur opstelde.

Volgens het idee van een gemeenschappelijk bepaalde Europese cultuurgeschiedenis zijn de Turken geen echte inwoners van Europa.

Pas door de hervormingen van Ataturk begon Turkije zich naar het westen te oriënteren. Zo werd in 1925 een Turks-romeins alfabet ingevoerd, de Turkse taal was tot 1923 in Arabische letters geschreven, het leiderschap van de Islam werd opgegeven, de gregoriaanse kalender en het metrieke systeem werden ingevoerd.

80 jaar culturele oriëntatie richting Europa kon geen 600 jaar durende traditie compenseren.

Verder is er in Turkije geen sprake geweest van een verdere uitwerking van de Osmaanse geschiedenis. Nu nog ontkent Turkije openlijk de volkerenmoord op de Armeniërs in 1915 en 1916, alhoewel deze inmiddels internationaal als volkerenmoord werd gebrandmerkt. In april 1915 werd bijna de gehele leiding van de Armeniërs in Konstantinopel vermoord, waarbij zij beschuldigd werden van collaboratie met Rusland. Tot juli 1915 werd de Armeense bevolking in zeven gebieden van het rijk geconcentreerd, waarbij duizenden om het leven werden gebracht. Bij de volgende marsen in de richting van Aleppo (tegenwoordig Damaskus Syrië) stierven volgens lage schattingen 600.000 mensen. Het totale aantal slachtoffers werd op ongeveer 1 miljoen mensen geschat. Op de internetpagina van het ministerie van cultuur in Turkije staat hierover het volgende te lezen: De door Talat Pascha met toestemming van de regering en het parlement doorgevoerde verhuizing, die als maatregel tegen de in verschillende gebieden uitgebroken Armeense opstanden en moordpartijen werd ingezet betrof direct die gebieden, die de veiligheid van de fronten bedreigden. De verhuizing van de Armeniërs was niet bedoeld om ze uit te roeien maar had als doel de garantie te geven voor de veiligheid van de staat en de Armeniërs en was wereldwijd gezien de meest succesvolle verhuizing van een bevolking. Echt een overweldigend succes als je kijkt naar de getallen van de Armeense bevolking in Syrië het doel van de operaties, geschat op ongeveer 320.000 mensen. Gaat men uit van een soortgelijke toename van de bevolking zoals in deze regio gebruikelijk is zouden in het huidige Syrische gebied ongeveer 60.000 mensen hebben overleefd. De door Turkije bestreden aantallen van ongeveer 1.2 miljoen Armeniërs, die in 1914 in het huidige Turkse gebied leefden stonden ongeveer tegenover 50.000 Armeniërs op hetzelfde gebied na 1918. Het Turkse ministerie voor cultuur schrijft na een uitgebreide rekensom het volgende:
Zodoende kwamen ruim 40.000 mensen, die op weg waren naar de nieuwe woongebieden om het leven. Dat houdt tevens in, dat ondanks andere beweringen de Armeniërs in gezondheid de nieuwe woongebieden hebben bereikt en dat de uitspraken over volkerenmoord iedere grondslag missen. Als we denken aan de getallen van de dode Armeniërs moeten we ook in ogenschouw nemen de aantallen gestorven Moslims. Volgens statistische gegevens zouden 2.5 miljoen moslims, waaronder het meest Turken, om het leven zijn gekomen. Uit de weergave van de confrontatie tussen Armeniërs en Moslims blijkt heel duidelijk hoe belangrijk het feit is,dat de Armeniërs het christelijke geloof aanhangen. Men vraagt zich beslist af of een land,dat niet inziet dat 40.000 slachtoffers een reden is om over volkerenmoord te spreken, wel echt bij Europa hoort. Ook de wijze waarop met de Koerdische minderheid in het land wordt omgesprongen is algemeen bekend. Formeel bestonden de Koerden in Turkije helemaal niet, ze werden als berg Turken betiteld en hun cultuur werd hardhandig onderdrukt. Nog in 1982 werd op grond van de nieuwe Turkse grondwet het verbod van de Koerdische taal openlijk vastgelegd. Ze werd pas in 2002 onder druk van de EU weer toegestaan. In Turkije beschouwt men het Koerdisch als een Turks dialect alhoewel Turks een Turkse taal is afkomstig van de altaische taalfamilie en het Koerdisch als Indo-europese taal verwant is met Perzie. Het is duidelijk dat ook nu nog Turkije steeds problemen heeft met betrekking tot haar identiteit en een trauma heeft over de ineenstorting van het Osmaanse rijk. De wijze waarop in een land wordt omgegaan met historisch erkende minderheden is nog steeds een duidelijke graadmeter voor de stand van de cultuurhistorische ontwikkeling. Cultuurhistorische redenen zijn voor de kapitalistische Europese gemeenschap van weinig belang. De Europese Unie is geen gemeenschap van soevereine volkeren, maar een gebouw waar het kapitalisme zich weinig gelegen laat liggen aan historische feiten, het ontstaan van de gemeenschap laat dit duidelijk zien. De EU ontstond feitelijk uit de montanunie, dat is een verdrag voor kolen en staal van eind 1952, waarbij het uitsluitend ging om het doordrukken van kapitalistische belangen. Dat veranderde ook niet bij de oprichting van de EEG in 1957, die zoals de naam al laat zien een economische unie is met duidelijke blik in de richting van de in 1949 opgerichte RGW, het economische verdrag tussen de sovjetstaten onder leiding van de Sovjet-Unie. De EU ontstond niet in de laatste plaats als gereedschap voor de koude oorlog en heeft weinig gevoel met het idee van een Europese gemeenschap van volken. Nu al zijn door het verdrag van Lome met de EU al totaal 46 Caribische en Afrikaanse landen geassocieerd. Het betreft voormalige koloniën van Europese landen en het enige doel is om beter mee te kunnen doen aan de opbouw van een nieuwe wereldmarkt.

Om die reden gaat het bij de toelating van Turkije ook niet om sociaal-culturele aspecten, maar alleen maar kapitalistische motieven spelen een rol. Dit aan te tonen is de taak van de nationaal-revolutionaire krachten.

Naast de culturele moeilijkheden zal er vooral sprake zijn van economische problemen en vraagstukken inzake bevolkingspolitiek. Vandaar enige getallen, die duidelijk laten zien de dimensie bij toetreding van Turkije tot de EU. De EU met haar lidstaten heeft volgens bureau Eurostat een totale bevolking van 379.5 miljoen mensen. Met de opname van nog eens 10 lidstaten in het jaar 2004 steeg de bevolking met 74.3 miljoen wat de totale bevolking brengt op 453.8 mensen. Met een opname van Turkije in de EU zouden er nog eens ongeveer 70 miljoen mensen bijkomen, wat betekent,dat Turkije ongeveer 9% van de bevolking van de EU heeft en zo veel mensen aan de gemeenschap zou toevoegen als de 10 nieuwe lidstaten in 2004. Het doorsnee-inkomen in Turkije ligt bij ongeveer 2.200 euro per jaar. De werkloosheid onder de jeugd bedraagt 30% bij een totaal gemiddelde werkloosheid van 11%, welke tendens nog stijgt. Volgens de wereldbank bevindt Turkije zich op het niveau van een gemiddeld ontwikkelingsland. (bron: ministerie van buitenlandse zaken van de Bondsrepubliek.) Het feit, dat mensen in grote delen van Turkije op een niveau leven, dat men moet aanduiden als middeleeuws zal tot grote problemen leiden.Het percentage analfabeten bedraagt in Turkije op het ogenblik ongeveer 29%, waarvan ongeveer 30% vrouwen. Van alle arbeidsplaatsen is 45% te vinden in de landbouwsector, tegenover 20% in de industrie. In de EU, voor toetreding van de 10 nieuwe lidstaten, bedroeg het aandeel arbeidsplaatsen in de landbouwsector ongeveer 4%.

Turkije is economisch gezien nog ver af van het niveau van de EU.

De ongetwijfeld in gang komende trek van de bevolking welke blijkt uit de nu al plaatsvindende emigratie vanuit Turkije zal ongetwijfeld leiden tot een groter aantal binnenkomers in de huidige EU en vooral in Duitsland. Dit natuurlijk niet omdat Islamieten de Duitse cultuur willen overwoekeren, maar enkel en alleen uit banale economische overwegingen. Voor het Europese kapitaal is Turkije als potentiële markt en als land met lage lonen van groot belang. BDI president Rogowski sprak hierover duidelijke taal: voor de Duitse industrie is Turkije een groeimarkt met grote strategische mogelijkheden. Het Europese kapitaal zou daarbij in een kwalijke dwaling kunnen vervallen. Men denkt door het toetreden van Turkije geopolitieke voordelen te behalen, vooral inzake de olievoorraden in Saudi-Arabie en de Kaukasus.De heden bestaande buffer Turkije, die er nu nog is tussen Europa en het nabije oosten en de Kaukasus valt immers door de toetreding van Turkije weg. De EU heeft dan buitengrenzen met Irak, Iran, Syrië, Azerbeidzjan, Armenië en Georgië, wat het nodig zal maken oorlogsconflicten te riskeren.
Turkije schuwt militaire confrontaties niet, het heeft jarenlang militaire operaties uitgevoerd tegen Koerden op Iraaks grondgebied zonder zich om grenzen te bekommeren, overviel in 1974 Cyprus en probeert momenteel invloed in Azerbeidzjan te krijgen, waarvan de bewoners in cultuurhistorisch opzicht sterke banden met Turkije hebben. De aanleg van een pijplijn van Baku in Azerbeidsjan naar het Turkse kustgebied de BakuTblissi Ceyhan Pipeline ( BTC) wordt in de praktijk door de Turken gedaan en door Amerika gefinancierd. In oktober 1992 tekende Turkije economische verdragen met Turkstalige staten zoals Azerbeidzjan, Kazakstan, Kirgisistan, Turkmenistan en Uzbekistan. Deze door Turkije uitgezette strategie van intensieve samenwerking met de turkse staten is niet verenigbaar met de belangen van de Europese volksgemeenschap.

Turkije wordt geen bruggenhoofd van Europa in het Oosten en naar Azië maar wel een landingsbrug van het oosten en Azië in Europa.

Turkije heeft onder Erdogan de onderhandelingen met de EU op een onbeschaamde wijze gevoerd. Zo dreigde de Turkse delegatie met onmiddellijk vertrek als de EU zou blijven hameren op ondertekening van het verdrag van Ankara dat in feite Cyprus als staat erkent. De EU maakte er geen punt van. Ook de door meerdere lidstaten gevorderde restricties met betrekking tot de agrarische politiek en de asielvrijheid werden niet gehonoreerd. Nu staat in het protocol permanente beschermingsmaatregelen kunnen eventueel worden genomen. Dat de EU dergelijke onderhandelingstactieken hanteert geeft aan hoe groot de interesse van het Europese kapitaal moet zijn om in deze regio aanwezig te zijn.

  • Turkije heeft een te slecht draaiende economie om bij de EU te kunnen komen
  • Turkije respecteert de mensenrechten niet gezien de onderdrukking van de Koerden en de Armeniërs
  • Turkije en Europa hebben ruim 600 jaar oorlog met elkaar gehad in de geschiedenis

In revolutionair opzicht moeten we de toetreding van Turkije tot de EU verhinderen zonder daarmee de EU van het kapitaal te willen verdedigen.
Daarom tegen een Europa van het kapitaal, voor een Europa van soevereine volkeren!

Comité Kusters / Malcoci






[ Vergroten ]