Startpagina  l  Persverklaringen  l  Lidmaatschap     Contact  l  Impressum  
   M E N U  U bent nu hier : Demonstraties > Bezettingspolitiek / Sharon
  Geschiedenis NVU            
  Scholingsartikelen             
  Folders                              
  Donaties en Betalingen     
  Verkort Partijprogramma   
  Frisse Blik                         
  NVU Raad van Bestuur    
  NVU Midden-kader             
  GJN                                  
  Media                               
  Concerten                        
  Demonstraties                  
  Overleden Kameraden     
  Partijwinkel                       
  Toespraken                      
  Inhoudsopgave Wij Europa
  Striptekeningen                 
  Anti-Antifa-Werkgroep     
  Vaderlandse Geschiedenis


Demonstratie tegen de Israëlische bezettingspolitiek en de komst van de Israëlische premier Sharon naar Nederland.

Dossier Ariel Sharon


Ariel Sharon (geboren 27 september 1928 te Kfar Malal, als Ariel Scheinermann) is sinds 17 februari 2001 de ministerpresident van Israël.

Ariel Sharon bereikte de rang van generaal in het Israëlisch Defensieleger. Ariel Sharon diende onder meer in de Zesdaagse Oorlog en de Jom-kippoeroorlog.

Politieke loopbaan

Na zijn afzwaaien, richtte Sharon het partijtje Shlomzion op, dat al snel in de de Likoedpartij werd opgenomen. Sinds 1977 hield Sharon portefeuilles als minister van Landbouw, Defensie, Volkshuisvesting, Handel en Industrie, Infrastructuur en Buitenlandse Zaken in regeringen van Menachem Begin, Yitzhak Shamir, Shimon Peres en Benjamin Netanyahu.

In 2001 werd Sharon in de laatste directe verkiezingen van de staat Israël verkozen tot minister-president. Hij ging toen een brede coalitie aan met Ha'avoda-Memad en twee ultra-orthodoxe partijen. Zijn tweede regering vormde hij na een verkiezingsoverwinning via het lijst-systeem, waar men in Israël intussen op was teruggevallen. Zijn huidige regering 2004 bestaat uit de Likoed (40 zetels), de seculiere Shinui-partij (15 zetels), de Nationale Unie (7) en Nationaal-Religieuze Partij (6).

Op 28 maart 2004 dient de Israëlische staatsadvocate Edna Arbel een ontwerp-aanklacht in tegen premier Ariel Sharon bij procereur generaal Menachem Mazuz ('Mani') met het advies Sharon aan te klagen wegens corruptie. Sharon wordt verdacht van het aannemen van steekpenningen van een bevriende zakenman, in ruil voor hulp bij een internationaal project van de zakenman, waarbij zijn zoon Gilad betrokken zou zijn. De meeste overtredingen zou Sharon hebben gedaan in zijn voormalige functie als minister van buitenlandse zaken in de regering Netanyahu. Op 15 juni 2004 verklaarde het Israëlische hooggerechtshof de zaak 'niet-ontvankelijk' wegens gebrek aan bewijs.

Persoonlijke informatie

Ariel Sharon is voor de tweede maal weduwnaar - de zus van zijn eerste vrouw werd zijn tweede echtgenote - en vader van drie zonen. De oudste zoon, Omri, is parlementslid en de jongere zoon, Gilad, econoom en zakenman. Een derde zoon kwam om in een wapenongeluk. Gilad Sharon woont op Sharons boerderij en is samen met zijn vader een verdachte in de corruptiezaak.

Kleine biografie

Achtergrond: Sharon wordt 1928 geboren als Ariel Sheinerman in het Britse mandaatgebied Palestina. Zijn ouders zijn Russische migranten. Als 14-jarige jongen wordt hij lid de Haganah, de joodse ondergrondse die strijdt voor een eigen staat.

Vergeldingsacties: Tien jaar later richt hij zijn eigen legercommando op en voert vooral vergeldingacties uit voor Arabische aanvallen op Israël. Het commando behaalt grote successen in de Suez-crisis en tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. In de laatste oorlog, waarin Israël de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Golanhoogte verovert, treedt Sharon hard op tegen de Palestijnen.

Tijdens de Jom Kippoer-oorlog van 1973 bezorgt Sharon Israël de overwinning door op slinkse wijze het Egyptische leger in te sluiten en te laten capituleren. Hij komt dat jaar als oorlogsheld in de Knesset, het Israëlische parlement. Daarna wordt hij de veiligheidsadviseur van premier Rabin.

Politiek: Sharon wordt vier jaar na de oorlog minister van Landbouw in het kabinet-Begin. Een van zijn speerpunten is het bouwen van nederzettingen in de bezette gebieden. De nederzettingen groeien later uit tot een van de belangrijkste strijdpunten in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. In de kabinetten die volgen, is Sharon achtereenvolgens minister van Defensie, minister van Handel en Industrie en, vanaf 1990, bewindsman voor Volkshuisvesting. Bij Volkshuisvesting zet hij de bouw van nederzettingen voort en laat in dat kader huizen van Palestijnen met bulldozers afbreken. Hieraan dankt hij zijn bijnaam 'de bulldozer'.

Ondertussen starten de Israëlische premier Yitzhak Rabin en minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres nieuwe vredesonderhandelingen met de Palestijnen. De onderhandelingen resulteren in de Oslo-akkoorden van 1993.

In 1995 wordt premier Rabin vermoord. Met het aantreden van Benjamin Netanyahu als premier in 1996 wordt Sharon minister van Buitenlandse Zaken. Het komt in de jaren daarna niet tot serieuze vredesbesprekingen met de Palestijnen.

Ehud Barak, die in 1999 premier van Israël wordt, is daarentegen wel voornemens om de onderhandelingen nieuw leven in te blazen. Sharon, inmiddels gekozen tot leider van de Likoed-partij, bezoekt op 28 september 2000 onder zware politiebegeleiding de Tempelberg om het Israëlische publiek te waarschuwen voor het ophanden zijnde akkoord tussen Barak en Yasser Arafat.

Sharon krijgt een groot deel van het volk op zijn hand en wordt in 2001 gekozen tot premier. Hij weigert vredesbesprekingen te voeren zolang Arafat leider van de Palestijnen is. Hij denkt erover om Arafat, die hij 'irrelevant' noemt', uit te wijzen. De Amerikanen voorkomen dat echter.

Sharon voert een hard beleid tegen de Palestijnen. Hij wreekt elke aanslag, stuurt het leger de Palestijnse steden in en zet - en dat is voor het eerst - F16's in. Harde acties in een vluchtelingenkamp bij Jenin krijgen veel kritiek van de internationale gemeenschap. Maar een VN-commissie die het incident onderzoekt concludeert dat de strijdkrachten geen bloedbad hebben aangericht.

Oorlogsmisdaden: Sharon wordt in 2002 in België aangeklaagd door nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad dat christelijke milities in 1982 in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon aanrichtten. Hierbij komen bijna achthonderd mensen om.

Hij erkent de verantwoordelijkheid voor het bloedbad niet, maar wordt gedwongen om af te treden. Bij de verkiezingen van 2003 stemmen de Israëliërs echter opnieuw massaal voor hem.

Routekaart: Na de verkiezingszege begint Sharon, mede onder druk van een dreigende oorlog in Irak, voorzichtige gesprekken met gematigde Palestijnen. Op 30 april 2003 presenteren Sharon, de Amerikaanse president Bush en de nieuwe Palestijnse leider Abbas de 'routekaart', een vredesinitiatief dat voorziet in een Palestijnse staat en duurzame vrede in het Midden-Oosten in 2005.

Opmerkelijk: Naaste medewerkers van Sharon zouden hebben gemeld dat hij de geschiedenis in wil als vredesstichter.

'Geheim document
pleit tegen Sharon'


Op 28 november kopt de Volkskrant 'Geheim document pleit tegen Sharon.
Premier Sharon en de toenmalige legertop van Israël waren in 1982 rechtstreeks betrokken bij de moordpartijen in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Vooraf, tijdens en nadien overlegden Sharon als minister van Defensie en generaals met de milities van de falangisten die het bloedbad aanrichtten. Volgens de Belgische advocaten van overlevenden en nabestaanden valt dit op te maken uit documenten die een speciale Israëlische onderzoekscommissie nooit heeft vrijgegeven. Vandaag begint in Brussel de behandeling van de klacht tegen Sharon wegens misdrijven tegen de menselijkheid op basis van de zogeheten genocidewet. De documenten zijn een bundeling van verslagen van vergaderingen en verhoren en rapporten van de inlichtingendienst Mossad. De advocaten zeggen dat 'een anonieme bron' het pakket opstuurde. Een van hen, Michael Verhaege, geeft toe dat niet is aangetoond dat Sharon opdrachtgever is. 'De smoking gun zit er niet bij. Maar rechtstreekse en dus strafrechtelijke verantwoordelijkheid blijkt wel degelijk.''
Het boek Pity the Nation van journalist Robert Fisk, ooggetuige van de slachtpartij in Sabra en Shatila.

NVU Inlichtingendienst.



Sabra - Shatila

Ariel Sharon said recently he regretted the tragedy of Sabra and Shatila, but asked if he would apologise he replied "To apologise for what?"
-- F. Keane, in "The Accused", BBC-Panorama, 17/6/2001 --

Op 16 september 1982 trok een groep van 50 leden van de Falange, een Libanese christelijke militie, de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila (bij Beiroet) binnen en richtte er gedurende 36 uur een slachting aan waarbij tussen 800 (officieel Israëlisch cijfer) en 3.500 (onderzoek van de Israëlische journalist Kapeliouk) mensen omkwamen. Een dag eerder had het Israëlische leger, tijdens haar invasie in Libanon, dit deel van Beiroet ingenomen; het sloot de vluchtelingenkampen af van de buitenwereld en keek toe naar wat er zich tussen 16 en 18 september afspeelde.

Deze website van Sabra-Shatila Belgium geeft achtergronden bij de moordpartij in Sabra en Shatila. De context daarvoor is de aanklacht tegen Ariel Sharon, die werd ingediend bij het Brussels gerecht. Nu is hij premier van Israël, maar toen in 1982 was hij minister van Defensie. Omdat de moordpartij plaatsvond onder toezicht van het Israëlische leger, is hij de politieke verantwoordelijke voor de gebeurtenissen.

De advocaten Luc Walleyn en Michael Verhaeghe, en de Libanese advocaat Mallat, hebben op 18 juni 2001 namens de Palestijnse overlevenden op bij het parket in Brussel klacht ingediend tegen Sharon en andere Israëlische en Libanese verantwoordelijken voor de moordpartijen in Beiroet.

Nieuws
  • "De politieke begrafenisstoet van de Genocidewet".
    Artikel van Michael Verhaege, advocaat.
  • Een historisch overzicht van de aanklacht tegen de verantwoordelijken voor de moorden in Sabra en Shatila (onder constructie)
  • Persbericht van het Hof van Cassatie, naar aanleiding van het Arrest van 12/2/2003
  • Advies van de Raad van State van 4 april 2003, over de voorstellen tot wijziging van de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht
  • De aanklacht tegen Sharon in België:
    het verloop van de juridische procedure, het standpunt van de aanklager en van de verdediging, de problemen die rijzen, de officiële Belgische houding, de Israëlische houding, de aanklacht in de pers
Dossier Sabra-Shatila
  • de moorden in Sabra en Shatila:
    een overzicht van de gebeurtenissen, de Israëlische verantwoordelijkheid en de rol van Ariel Sharon, de houding van de Verenigde Naties en de onderzoekscommissie.
  • vervolging van misdaden tegen de menselijkheid:
    precedenten, het Belgische wettelijke kader
  • achtergronden:
    een profiel van Ariel Sharon, de Palestijnse vluchtelingenproblematiek, Palestijnse vluchtelingen in Libanon, de Libanese burgeroorlog, de Israëlische inval in Libanon en de bezetting (1982-2000), Sabra en Shatila nu.
Copyright © Sabra-Shatila Belgium.




[ Vergroten ]


  Sharon en Bush